www.autobussenwebsite.nl

Deze site wordt ieder etmaal vernieuwd om 00.00, 04.00, 07.00, 12.00, 16.00 en 20.00.

0-9 * A * B * C * D * E * F * G * H * I * J * K * L * M * N * O * P * Q * R * S * T * U * V * W * X * Y * Z

Marnedienst De NV Marnedienst is van 1938 t/m 1967 een autobusbedrijf dat lijndiensten verzorgt tussen Groningen, Zoutkamp en Roodeschool. In 1954 worden de aandelen van de Marnedienst verkocht aan de GADO, in 1967 volgt een volledige overname.
Mat '24 Elektrisch buffermaterieel vanaf 1924. De serie bestaat uit 130 motorrijtuigen en 129 getrokken rijtuigen. Bijnaam voor dit materieel is in eerste instantie stofzuiger, wegens het motorgeluid, later zal dit Blokkendoos zijn om dit materieel van het latere stroomlijnmaterieel te onderscheiden. Het is het laatste materiaal waar de verschillende onderdelen aan elkaar zijn geklonken. Vanaf 1956 worden er motorrijtuigen omgebouwd tot getrokken rijtuigen, waarbij de olijfgroene kleur wordt veranderd naar het kleurenschema van 1953, donkerblauw met gele biezen. Daarnaast worden er enkele motorrijtuigen omgebouwd naar motorpostwagen, motordienstwagen of motorkonvooiwagen. In het spoorwegmuseum in Utrecht is een treinstam van dit materieel in de oorspronkelijke vorm te bekijken.

Motorwagen mC in de oorspronkelijke uitvoering.
Illustratie:
Arthur's treinenpagina
Mat '35 Elektrisch stroomlijnmaterieel bestaande uit acht tweewagenstellen, die in eerste instantie per wagon zijn genummerd (zoals in die tijd te doen gebruikelijk bij de NS), maar pas vanaf 1938 per treinstel. Ze komen in de kleur olijfgroen met rode biezen op de rails. Omdat ze veelal worden ingezet tussen Rotterdam en Hoek van Holland, worden deze treinstellen ook wel Hoek van Hollanders genoemd. Deze treinserie kan geschakeld rijden met het latere stroomlijnmaterieel mat '36, mat '40, mat '46 en mat '54. Eind jaren vijftig gaat deze serie uit dienst.

Mat '35 in twee verschillende uitvoeringen.
Illustratie:
Arthur's treinenpagina
Mat '36 Elektrisch stroomlijnmaterieel bestaande uit 53 tweewagenstellen en 37 driewagenstellen. Ze komen op de rails in olijfgroene kleur, volgens het kleurenschema van 1921. Vanaf 1942 wordt een deel van de tweewagenstellen verlengd tot driewagenstellen en een deel van de driewagenstellen tot vierwagenstellen. Vanaf 1953 verschijnen er ook stellen in de kleur grasgroen, volgens het kleurenschema van 1953, daarbij voorzien van rode biezen of zandgele biezen + zandgele snor. Er is een tweewagenstel te bezichtigen in het Spoorwegmuseum in Utrecht.
Mat '40 Elektrisch stroomlijnmaterieel bestaande uit 25 vijfwagenstellen en 15 tweewagenstellen, in dienst komend in de kleur olijfgroen; in 1953 worden er stellen in de kleur grasgroen geschilderd. De ramen in de kop wijken af van het voorgaande mat '35/'36, in mat '40 zijn deze groter en gelijk aan het dieselmaterieel DE5. Ze zijn bedoeld voor de lijn Amersfoort-Amsterdam en worden daarom het Gooimaterieel genoemd, hoewel enkele stellen daar pas in 1949 worden ingezet. In 1972 gaan de laatste vijfwagenstellen uit dienst, de tweewagenstellen verdwijnen al in 1970.

Een tweewagenstel ELD2 mat '40.
Illustratie:
Arthur's treinenpagina
Mat '46 Elektrisch stroomlijnmaterieel bestaande uit 79 tweewagenstellen en 65 vierwagenstellen, met als bijnaam muizeneus. De ramen in de kop wijken af van het voorgaande mat '40 en zijn meer convergerend van aard, net zoals bij het dieselmaterieel DE1/DE2. In eerste instantie komen de treinen in dienst volgens het kleurenschema van 1921, namelijk olijfgroen met rode biezen. In de jaren vijftig worden de stellen grasgroen met gele biezen en een zandgele snor. Met de invoering van het kleurenschema van 1968 zijn er ook stellen voorzien van blauwe reclamebanen. Bovendien krijgen alle stellen een wit NS-logo. Vier tweewagenstellen worden volledig gehuisstijld naar geel/grijs met blauwe reclamebanen. Er is één tweewagenstel in de oorspronkelijke kleuren te bezichtigen in het Spoorwegmuseum te Utrecht.

Mat '46 in donkergroene kleur in het Spoorwegmuseum te Utrecht.
Foto: www.autobussenwebsite.nl
Mat '54 Elektrisch stroomlijnmaterieel (rechts op de foto, zie bij mat '64), dat bestaat uit verschillende series, nl. 73 vierwagenstellen Plan F, G en P, 68 tweewagenstellen Plan F, G, M en Q en 12 tweewagenstellen voor de Beneluxdienst. De binnenlandse series komen in dienst in het kleurenschema van 1953, nl. grasgroen met rode biezen, later worden deze zandgeel en aan beide kopzijden voorzien van een gele snor. Vanaf 1968 worden de treinen gehuisstijld naar geel/grijs en blauwe reclamebanen. Een aantal stellen worden in 1972 verbouwd naar intercitytrein met huisstijl geel en een donkerblauwe baan rondom de ramen en deuren. De stoelen voor de tweede klasse worden in coach-opstelling geplaatst. Mat' 54 is het zwaarste materieel dat ooit in Europa heeft gereden, met als gevolg geen snelle acceleratie maar wel goede rij-eigenschappen. De treinen kunnen gekoppeld rijden met voorgaande series vanaf mat '35. De treinseries zijn op te delen in met asbest geïsoleerde treinstellen, herkenbaar aan de draairamen (Plan F, G en M), die in 1993 buiten dienst gaan en aan met glaswol geïsoleerde treinstellen, herkenbaar aan de kleine-schuiframen (Plan P en Q) die in 1996 buiten dienst gaan. De laatste tweewagenstellen ondergaan in 1979 een grote revisie en worden daarbij voorzien van grote-schuiframen, type Sprinter. Een aantal treinen is bewaard gebleven: één ervan is trein 766 van de Stichting Mat '54-Hondekop-Vier, waarvan discjockey Erik de Zwart de voorzitter is.

Mat '54 in verschillende groene uitvoeringen.
Illustratie:
Arthur's treinenpagina


Mat '54 in verschillende gele uitvoeringen. Het meest rechter stel is gereviseerd in 1979 en bevat Sprinterramen.
Illustratie:
Arthur's treinenpagina
Mat '64 Elektrisch stroomlijnmaterieel, dat bestaat uit 31 vierwagenstellen Plan T en 246 tweewagenstellen Plan V (links op de foto). De kopvorm is afgeleid van de dieseldrie DE3 Plan U. De treinseries zijn niet koppelbaar met het voormalige stroomlijnmaterieel. De treinen hebben in de jaren negentig ook een revisie ondergaan, waarbij indelingen van wagons en plaatsing en kleuren van stoelen e.d. zijn aangepast. In 2010 gaat Plan T buiten dienst.
MB200 Chassis van DAF. Als men het over de MB200 heeft, dan wordt meestal de gele DAF-/Den Oudsten streekbus bedoeld die in de jaren zeventig en tachtig bij alle ESO-busondernemingen reed. Het chassis wordt geleverd in twee hoofduitvoeringen, nl. DKDL600 (voor bussen met een wielbasis van 600mm en een smalle instap) en DKDL540 (voor bussen met een wielbasis van 540mm, waarbij de vooroverhang langer wordt uitgevoerd en dus ruimte voor een brede instap). In tegenstelling tot de Leyland-tegenhanger zijn alle DAF MB200-bussen voorzien van een grille tussen de koplampen. Reden hiervoor is dat de radiator zich aan de voorkant bevindt, bij Leylandbussen is dit juist aan de onderkant. Voor de verschillende deelseries zie hier.
Er bestaan ook MB200-bussen met een andere carrosserie dan de standaard-streekbus, bijv. ZABO uit Ridderkerk en BOVA uit Valkenswaard.
Zie ook:
DAF MB200 DKDL564-Hainje (standaard-streekbus)
DAF MB200 DKDL600-Hainje (standaard-streekbus)
DAF MB200 DKDL564-Den Oudsten (standaard-streekbus)
DAF MB200 DKDL600-Den Oudsten (standaard-streekbus)
DAF MB200 DKDL564-Van Hool (standaard-streekbus)
MB200 DKDL564-
Hainje
DAF MB200 DKDL564-Hainje, reeks van streekbussen met een chassis van DAF MB200 en een carrosserie van Hainje. De toevoeging DKLD564 geeft aan dat de wielbasis 5640 mm bedraagt en dat de bus dus voorzien is van een brede instap. Het betreft hier een afgebakende serie in de wagenreeks 1500-1595 uit de periode 1981 t/m 1985, waarvan de carrosserie bij hoge uitzondering is gemaakt door Hainje. De bussen voor de BBA hebben een grote filmkast, die iets afwijkt van de Den Oudsten-versie.
De indeling van de reeksen voor de verschillende bedrijven is als volgt:
1500-1527 BBA 651-678 (1981-1983)
1528 DVM (1982)
1529-1539 NZH (1982)
1540-1543 VAD (1982)
1544-1555 ZWN (1983)
1556-1563 GADO (1983)
1564-1570 GADO (1984)
1571-1595 BBA 679-703 (1984)
Zie ook: Standaardstreekbussen met Hainje-carrosserie
MB200 DKDL564-
Den Oudsten
DAF MB200 DKDL564-Den Oudsten, reeks van streekbussen met een chassis van DAF MB200 en een carrosserie van Den Oudsten. De toevoeging DKLD564 geeft aan dat de wielbasis 5640 mm bedraagt en dat de bus dus voorzien is van een brede instap. Meestal zijn de passagiersstoelen niet op een verhoging geplaatst, waardoor er sommige zetels boven de wielkasten in de tegengestelde rijrichting zijn geplaatst (agglo-indeling), maar soms komt ook de confentionele indeling voor, d.w.z. stoelen op een verhoging en alle zetels in de rijrichting. Met name de laatste series vanaf 1984 met de gele schortplaten (in de reeksen 9100-9999 en 3500-3938) zijn voorzien van een automatische ZF-versnellingsbak, de voorgaande series hebben een handgeschakelde Wilson-versnellingsbak.
MB200 DKDL600-
Den Oudsten
DAF MB200 DKDL600-Den Oudsten, Reeks van streekbussen met een chassis van DAF MB200 en een carrosserie van Den Oudsten. De toevoeging DKLD600 geeft aan dat de wielbasis 6000 mm bedraagt en dat de bus dus voorzien is van een smalle instap. Meestal zijn de passagiersstoelen op een verhoging geplaatst, waardoor alle zetels in de rijrichting zijn geplaatst, maar soms komt ook de agglo-indeling voor, d.w.z. stoelen niet op een verhoging en boven de wielkasten sommige zetels in tegengestelde rijrichting. Met name de laatste series vanaf 1984 met de gele schortplaten (in de reeksen 9100-9999 en 3500-3938) zijn voorzien van een automatische ZF-versnellingsbak, de voorgaande series hebben een handgeschakelde Wilson-versnellingsbak. In de laatste series ontbreekt eveneens de nooddeur.
MB230 Chassis van DAF, wordt gebruikt bij verschillende carrosserietypes onder meer de B88 en Alliance B89 van Den Oudsten.
M&K Maarse & Kroon, vervoerbedrijf van 1923 t/m 1973. In 1923 oprichting van de firma te Leimuiden, waarna in 1927 het bedrijf N.V. Autobusonderneming van Poort en Sloothaak te Amstelveen wordt overgenomen. In 1933 vestigt het bedrijf zich in Aalsmeer. Na nog wat overnames wordt de officiële naam in 1947 N.V. Autobusonderneming Maarse & Kroon. Uiteindelijk groeit M&K uit tot één der grootste particuliere ondernemingen binnen Nederland. In 1971 wordt het een dochteronderneming van de NS, waarna in 1973 een fusie volgt met de NBM in Zeist tot Centraal Nederland.
De twee naamgevers van het bedrijf zijn in bedrijfstechnische zin elkaars tegenpolen. Daar waar oprichter Jac. Maarse (1899-1973) expansiegericht en vol enthousiasme het bedrijf leidt, is zijn compagnon Cor Kroon zeer terughoudend en ziet hij niets in alle uitbreidingen die het bedrijf ondergaat. Kroon verlaat per 1939 dan ook als directeur het bedrijf, waarna Maarse alleen verder gaat. Het bedrijf blijft Maarse & Kroon heten.

Zie ook: Het begon met de kloek, Het verhaal van Autobusonderneming Maarse & Kroon, H. van der Wereld en H. van Nieuwkerk - ISBN 90-288-1141-9
Maxx Vervoersnaam van Connexxion voor diverse stadsdiensten. De naam Maxx wordt gehanteerd bij de stadsdiensten van Zwolle, Almere en Leeuwarden. De stadsdiensten worden gekenmerkt door een hoog frequent aantal rijdende bussen.
mDDM Serie dubbeldeksmotorrijtuigen ter ondersteuning van de dubbeldekstreinserie DD-AR uit 1991. Ze komen vanaf 1996 in dienst in de kleurstelling van 1968. Tot dan toe worden de treinstammen DD-AR geduwd of getrokken door een elektrische locomotief type 1700. Zie verder bij DD-AR.
Mercedes-Benz Mercedes-Benz is een fabriek voor personen-, vrachtwagens en autobussen. Opgericht in 1926 als fusie van Gottlieb Daimler en Karl Benz. Een groot afnemer van Daimler is de Oostenrijks-Hongaarse consul Emil Jellinek, die als voorwaarde stelt dat de wagens de naam Mercedes (de naam van zijn dochter) gaan dragen.
Metromaterieel M1 t/m M3 Serie van 44 metrostellen M1 t/m M3 van het GVB, in dienst vanaf 1973 (protoserie M1) en vanaf 1976 (seriestellen M2/M3), gebouwd door Linke-Hofmann-Busch (LHB). De protostellen M1 worden in 1980 verbouwd tot seriestellen M3. Bijnamen voor deze stellen zijn zilvermeeuwen (vanwege de grijze kleur), LHB's, containers of koekblikken. De serie zal spoedig worden afgevoerd, waarbij het GVB de beste stellen achterwege wil houden als reservematerieel.
Metrotype B Metrostellen MG2/1 van de RET, in dienst in 1998, gebouwd door Bombardier Transportation. Deze serie heeft aan één zijde een volledige stuurstand en aan de achterkant een eenvoudige stuurstand voor rangeren. Passagiersdeuren zijn er aan beide zijden.
Metrotype R Metrostellen RSG3 en SG3 van de RET, in dienst in 2008, gebouwd door Bombardier Transportation. Type RSG3 wordt ingezet op de Randstadrail en zijn te zien in de Randstadrail-huisstijl. Type SG3 rijdt over diverse andere RET-lijnen.
Metrotype S Metrostellen SG2/1 van de RET, in dienst in 2002, gebouwd door Bombardier Transportation, aansluitend op de serie MG2/1 uit 1998. De serie SG2/1 kan daarmee ook gekoppeld rijden.
Midnet Vervoersmaatschappij, ontstaan in 1994 n.a.v. een fusie tussen VAD, Centraal Nederland en gedeeltelijk Westnederland. In 1999 gaat Midnet op in het grotere Connexxion.
Mobib Openbaar-vervoerkaart voor België, waarmee op een digitale manier voor het openbaar vervoer betaald kan worden.
motorrijtuig In spoorjargon wordt een treinwagon met een eigen aandrijving in Nederland een motorrijtuig genoemd. Motorrijtuigen kunnen zich alleen of in treinschakeling met andere (veelal gelijkwaardige) wagons met of zonder aandrijving voortbewegen. Eenheden die losse wagons-zonder-aandrijving trekken of duwen zijn locomotieven. Volgens de Verkeerswegenwet van 1994 is een trein strikt genomen geen motorrijtuig.
motorwagen Benaming in België voor een treinwagon met een eigen aandrijving. Zie ook bij motorrijtuig.
muizekop Zie bij muizeneus.
muizeneus Informele bijnaam (volgens de groene spelling van voor 1996) voor elektrisch stroomlijnmaterieel mat '46. Op diverse hobbyfora wordt ook nog wel eens de naam muizekop (ook volgens de groene spelling van voor 1996) gebruikt.