www.autobussenwebsite.nl

Deze site wordt ieder etmaal vernieuwd om 00.00, 04.00, 07.00, 12.00, 16.00 en 20.00.

0-9 * A * B * C * D * E * F * G * H * I * J * K * L * M * N * O * P * Q * R * S * T * U * V * W * X * Y * Z

Kameel Bijnaam voor het directie-stroomlijnmotorrijtuig NS 20 van de Nederlandse Spoorwegen, afgeleverd in 1954 door Allan in Rotterdam. Het rijtuig is technisch gelijk aan motorrijtuig DE1, zij het dat bij het directievoertuig de twee machinistencabines niet aan beide kopzijden, maar bovenin zijn gesitueerd, met als gevolg twee uitstulpingen op het rijtuig, vandaar de bijnaam Kameel. In eerste instantie is het rijtuig donkerblauw met o.a. rode biezen aan de kopzijden, vanaf 1973 wordt dit geel met een blauwe baan onder de ramen en grijs dak en grijze schortplaten. De Alan-vleugels (ook aanwezig op de Blauwe Engelen) maakt plaats voor een derde frontsein. Het rijtuig is vanaf dat moment ook beschikbaar als VIP-car voor andere gezelschappen. In 1991 wordt het rijtuig buiten dienst gesteld. In 2004 vindt er herstel plaats, waarbij het rijtuig weer in zijn oorspronkelijke kleurenpracht wordt getooid. Sindsdien wordt het voertuig afwisselend gebruikt als directievoertuig en als statisch object in het Spoorwegmuseum in Utrecht.

De Kameel in zijn oorspronkelijke gedaante.
Illustratie: Arthur's treinenpagina
Kamperlijn Het baanvak tussen Zwolle en Kampen, bereden door dieseltreinen.
kleurenschema van 1921 (NS) In 1921 voert de NS naast een centraal nummerschema één kleur voor al het treinmaterieel in, nl. olijfgroen (donkergroen of standgroen). Bij mat '24 wordt de raampartij nog omgeven door beige, wat ook de kleur van het dak is, vanaf 1929 wordt dit ook donkergroen (het dak wordt dan donkergrijs). De olijfgroene kleur gaat samen gepaard met rode biezen. In 1934 wordt dit patroon doorbroken door de komst van de DE3, die niet olijfgroen maar lichtgrijs met rode biezen is (na enige tijd worden deze treinen toch olijfgroen geschilderd, omdat de lichtgrijze kleur vervuilend blijkt te werken). De volgende dieselseries omBC (1937) en DE5, alsmede het nog te verschijnen elektrisch materieel, worden wel weer meteen afgeleverd in olijfgroen. Zie ook: http://treininbeeld.jouwweb.nl/
kleurenschema van 1953 (NS) In 1953 voert de NS een nieuw kleurenschema van monopigmentkleuren in voor al het treinmaterieel. De kleuren zijn als volgt:
donkerblauw stalen getrokken rijtuigen
grasgroen elektrische treinstellen
aanvankelijk blauw, vanaf 1958 rood (dieselrood) dieselmotorrijtuigen en -treinstellen
bruin goederenwagons, diesellocomotieven en postrijtuigen
De kleuren worden vergezeld met gele of rode biezen en aan beide kopzijden een rode "bloedneus" of een gele "snor". Lichtblauw is de aanvankelijke kleur voor dieseltreinen (de komst van de Blauwe Engelen is ook in 1953), maar vanaf 1958 gaat de NS over op de kleur "diesel"-rood. In 1968 worden ook de treinen volgens het kleurenschema van 1953 voorzien van een NS-logo op de zijkant. Om dit logo beter te laten uitkomen, is deze wit van kleur. Sommige exemplaren worden ook voorzien van lichtblauwe diagonale reclamebanen. Zie ook: http://treininbeeld.jouwweb.nl/
kleurenschema van 1968 (NS) Het kleurenschema dat in 1968 wordt gekozen is een onderdeel van "Spoorslag '70" en wordt uitgevoerd door ontwerpbureau Teldesign. Het nieuwe kleurenschema op de treinen is geel met grijze deuren en lichtblauwe reclamebanen. Vanaf 1972 komen er gele intercitytreinstellen op de rails met blauwe banen rondom ramen, met in eerste instantie grijze deuren. Vanaf 1979 worden de deuren geel en worden de blauwe banen ook over de deuren getrokken. Ook de stationsbebording wordt aangepakt. Dit wordt uitgevoerd in blauw met gele letters (spoornummers) of witte pictogrammen. Gert Dumbar, als grafisch ontwerper in dienst bij Teldesign, is de bedenker van het NS-logo, dit wordt in de kleur zwart op de treinen aangebracht. Het kleurenschema op de treinen wordt vanaf 1999 uitgefaseerd, dat wil zeggen dat nieuwe treinen niet meer met dit kleurenschema worden uitgevoerd. In 1998 wordt de laatste treinserie (motorwagens mDDM) voorzien van deze huisstijl. In 1999 wordt een start gemaakt met nieuwe stationsbebording.
kleurenschema van 1999 (NS) Dit kleurenschema hangt nauw samen met de invoering van een nieuwe reeks pictogrammen voor stationsbebording, ontworpen door bureau Mijksenaar. Vooral de pictogrammen ondergaan een grote verandering, deze worden nu blauw op een witte achtergrond. Ook de treinen die nieuw op de rails komen krijgen andere kleuren, afhankelijk van hun inzetgebied. De intercitytreinen houden hun gele kleur met blauwe banen rondom alle ramen en deuren. Nieuwe stoptreinen komen er in 2009 in de vorm van SLT, met als basiskleur wit met gele biezen en deuren en een blauwe baan rondom alle ramen. De diagonale lichtblauwe reclamebanen behoren tot de verleden tijd. Het NS-logo komt in blauwe kleur op de treinen.
KLM-front Informele benaming voor een type front dat wordt toegepast op de moderne versie van de DAF MB200-bus. De naam KLM-front komt van het feit dat dit front voor het eerst wordt toegepast op speciale bussen voor de KLM. Daar is behalve het front bij de koplampen ook de voorraampartij afwijkend t.o.v. de gewone streekbussen. Omdat bij de moderne streekbus met de gelijmde zijruiten de raampartij wel weer gewoon is, spreekt men ook vaak van een "half" KLM-front.
Er worden ook streekbussen van Centraal Nederland met een klassiek DAF-front gemoderniseerd, waarbij de raamkozijnen en het front volledig zwart zijn geschilderd. Hierdoor lijkt het front op een half KLM-front, maar is dat dus niet.

Half KLM-front van VAD 3930. Deze bus is ook als bouwplaat te downloaden.
Koploper Bijnaam voor het elektrische intercitytreinmaterieel ICM (Plan Z).
Kromhout Bedrijf dat haar oorsprong heeft in de aanschaf van een werf in 1867. De naam Kromhout komt van het kromme hout waarmee men spanten voor schepen kan maken. Vanaf 1935 producent van motoren en chassis van vrachtwagens en bussen. In 1958 stopt Kromhout daarmee en in 1966 wordt Kromhout onderdeel van Stork.